Lenten, laolao en lotjàks

9 maart 2019 - Ban Houayxay, Laos

Traditionele kleding Yao, Noord Laos

We stappen voorzichtig over grote plassen bloed. Op de markt in Muang Long is de buffel vanmorgen geslacht voor het licht werd. Het vlees ligt al in stukken gehouwen in de kraampjes. In dit kleine plaatsje gaat er één buffel per etmaal doorheen. Voor hun kleedje op de grond zitten de vrouwen die vanochtend voor dag en dauw met hun groente, fruit en levende of dode dieren uit de bergen zijn gekomen. Sommigen dragen de traditionele kleding van hun volk: Hmong, Lenten, Khmu, Tai Leu, Yao of Ahka. Het is een kleurrijk geheel. Wij doen boodschappen voor onderweg en eten een soepje. 

Al fietsend komen we door een dorpje van de Lenten. Tijdens het praatje vraag ik waarom de vrouwen zulke blauwige vingers hebben. Ik krijg een grote ton met groenige drab te zien waar zelfgeweven katoen 10 keer in - en weer uitgehaald moet worden. Het is indigo, dat men als wier uit de rivier haalt en daarna fijn klopt. De vrouwen maken van deze stof hun traditionele kleding. Ik mag twee meter stof uitzoeken, het is precies mijn kleur. 

Met twee gidsen wandelen we deze week door een beschermd natuurgebied, op de grens met China. Hier heeft de jungle nog geen plaats hoeven maken voor rubberplantages en suikerrietvelden. Op een steil pad lopen honderden hooiwagenachtige spinnen, in paniek vluchtend voor onze stampende voeten. De waterval die we even later bereiken laat een gordijn van waterdruppels vallen in een donkere kloof. 

Na de lunch leggen de mannen grote bananenbladeren op de grond en sluiten de ogen. Ik zit stil op de grond. Om ons heen gonst het oerwoud van het leven. Zo veel verschillende bomen en planten door elkaar! Het is voorjaar, de lucht ruikt zoet. Doordat de zon op het heetst van de dag snel van positie wisselt, valt het licht steeds op iets anders. Epifieten met vingervormige bladeren, jonge loten van een struik die rood afsteken tegen het groen, witte bloemen hoog in de kruin van een woudreus, paars bloeiende bodembedekkers. Nu wij stil zijn, klinken steeds meer vogelgeluiden. Van het woepwoepwoep en kweeniekweeniekweenie tot aan het nachtegaal-achtige repertoire van zangvogels die elkaar antwoorden vanuit de verte. En heel veel verschillende insecten. Sluipwespen, brommende vliegen, zoemende bijtjes, gonzende libellen en slaperige vlinders. Ze komen allemaal even langs om mijn roodgelakte teennagels te inspecteren. 

Tegen de avond bereiken we onze slaapplaats, een Ahka dorp. We passeren de spiritgate, die het dorp beschermt tegen boze geesten. De poort draagt eeuwenoude symbolen, zoals "boy and girl" (volgens onze gids), waarmee de geslachtsdaad wordt uitgebeeld, pijlen die naar boven wijzen, maar ook geweren van hout en zelfs een vliegtuig waar een bom uit valt (foto). Later zien we nog meer overblijfselen uit de oorlog, zoals een bijenkorf gemaakt in een oude munitiekist. 

Vanavond is het een beetje feest, omdat wij er zijn. Na het eten, met veel laolao (zelfgestookt, 80%), voeren Ahka meisjes een dans voor ons op onder de sterren, in traditionele kledij. Na een ontspannende massage vallen we in slaap, met alleen het geluid van de wind en het knauwen van de honden op de botten van de kip die voor ons is geslacht.

Lotjàks (door Raymond)

‘Lottiep’ is fiets in het Laotiaans en ‘lotjak’ is brommer, ongetwijfeld is de laatste het belangrijkste vervoermiddel in dit land. Gemiddeld met drie mensen erop, dat betekent dat er soms ook vijf op zitten; hele families. Babies in een doek op de rug gewikkeld. Kinderen van twee kunnen voorop staan, tussen de benen van de berijder. Als kleintjes achterop zitten hebben ze blijkbaar al het besef om zich vast te houden. Kinderen van 6 of 8 rijden al zelfstandig op zo'n ding. Op het schoolplein staan ze met de honderden geparkeerd. 

Veel mensen trekken een jas achterstevoren aan op de brommer, dan waait het niet naar binnen. Bovendien hebben ze handschoenen aan, of het nu dertig graden is of niet. Soms draagt men een helm, maar dan wel een integraalhelm. Bijna iedereen heeft een mondkapje voor tegen het stof. Wij hebben wel een mondkapje geprobeerd maar dat zweet te veel als je op de fiets zit, noodgedwongen stofhappen dus. Opvallend is verder dat als ze op de brommer tegen de zon in rijden, altijd iets voor het hoofd gehouden wordt. Het kan een boek, tas of hand zijn maar je moet iets omhoog houden. Het gevolg is dat ze met één hand rijden op die wegen vol met potholes. 

Alleen de armste mensen rijden nog op een fiets, of jonge kinderen op weg naar school. Bij een markt is altijd een bewaakte stalling voor brommers. Wij zetten onze fiets daar dan ook pontificaal tussen. Bij het weggaan wenken de bewakers van de stalling meestal meewarig: ga maar hoor, voor zo'n ding hoef je niet te betalen! Hier zou men een stuk meer respect voor ons hebben als we reisden in een dikke 4 wheel drive.

Foto’s

4 Reacties

  1. Marian:
    9 maart 2019
    Wonderschoon....
  2. Gracia:
    9 maart 2019
    Hi Femke & Raymond. Wat een mooi verhaal weer, het is alsof we zo een stukje van jullie reis meemaken. Erg indrukwekkend! Die spinnen lijken me vreselijk. Fijne tijd nog.
  3. Annemarie:
    9 maart 2019
    Ik reis weer graag een traject mee! Hoor de vogel geluiden en ruik de geuren van het oerwoud . Nu even tegen de storm naar AH 😊
  4. Marie José:
    11 maart 2019
    Herkenbaar die buffel en de indigostoffen. Een mooi verhaal. De vogels fluiten hier ook tjiftjaftjiftjaf ze waaien het ons landje weer in.